Citaat | Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 47 Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4626.

3.3 In rov. 4.3 heeft het Hof geoordeeld, dat uit de stellingen van partijen en overgelegde produkties blijkt dat [A] bij de bemiddeling ten behoeve van de verkoop van het Admiraliteitscomplex optrad als makelaar voor de PeHa-groep en dat, naar blijkt uit de brief van 30 september 1997, partijen hierover een "no cure no pay"-afspraak hebben gemaakt. Uit deze omstandigheden moet worden afgeleid, aldus het Hof, dat art. 7:411 BW naar de aard van de onderhavige overeenkomst toepassing mist, waarbij het Hof heeft verwezen naar art. 7:400 lid 2 BW. Het Hof vervolgt dat ook bij opzegging van de overeenkomst voordat de bemoeienissen van [A] tot resultaat hebben geleid, [A] derhalve geen recht heeft op (een naar redelijkheid vast te stellen deel van) de overeengekomen courtage; noch het beroep op art. 7:411 lid 1 noch dat op lid 2 van dit artikel kan [A] daarom baten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88e9397f2cfcf60a0b9d4000b2eefcee179b536fd71bad9f914256dffe41eae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88e9397f2cfcf60a0b9d4000b2eefcee179b536fd71bad9f914256dffe41eae7, en de alinea staat in dat document op bytes 10488 tot 11373.