Citaat | Hoge Raad 23 mei 2003

Alinea 49 Hoge Raad 23 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4626.

3.5 Indien het Hof het vorenstaande heeft miskend, is zijn beslissing op een onjuiste rechtsopvatting gebaseerd. In dat geval treft onderdeel 2 van het middel doel. Indien echter het Hof art. 7:426 lid 1 in verbinding met art. 7:411 BW juist heeft uitgelegd, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk op welke gronden het heeft geoordeeld dat art. 7:411 naar de aard van de onderhavige overeenkomst in dit geval toepassing mist, in aanmerking genomen dat deze bepaling mede geldt voor het geval waarin de verschuldigdheid van loon afhankelijk is gesteld van het volbrengen van de opdracht (hetgeen de kern is van het "no cure no pay"-beding). In dat geval is onderdeel 4 van het middel terecht voorgesteld. Onderdeel 3 behoeft geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/88e9397f2cfcf60a0b9d4000b2eefcee179b536fd71bad9f914256dffe41eae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 88e9397f2cfcf60a0b9d4000b2eefcee179b536fd71bad9f914256dffe41eae7, en de alinea staat in dat document op bytes 12111 tot 12885.