Citaat | Hoge Raad 21 februari 2003
Alinea 21 Hoge Raad 21 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4850.
3.5.1. Meer subsidiair wordt betoogd dat het Hof heeft miskend dat in de borgstellingsvergoedings-overeenkomst de clausule was opgenomen dat een eventueel onzakelijk gedeelte geacht zou worden nimmer te zijn ontvangen, hetgeen volgens deze klacht ongedaanmaking met terugwerkende kracht van de overeenkomst zou inhouden. Dit zou, aldus de klacht, in verband met de rechtspraak van de Hoge Raad over onverschuldigde betalingen die een belastingplichtige heeft ontvangen maar niet wenst en niet zal behouden, meebrengen dat geen sprake is van tot het belastbare inkomen behorende inkomsten. Ook deze klacht faalt. Het Hof heeft - in cassatie onbestreden - vastgesteld dat de vergoeding in 1996 daadwerkelijk is genoten. Nu in 1996 niet tevens wegens het vervuld zijn van de ontbindende voorwaarde een betaling uit hoofde van ongedaanmaking is verricht, heeft die voorwaarde geen invloed op het inkomen over dat jaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b412713d22190e4788a4003318f973f1a89b86dee0725c2e62c45f76add5a2cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b412713d22190e4788a4003318f973f1a89b86dee0725c2e62c45f76add5a2cb, en de alinea staat in dat document op bytes 10017 tot 10945.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b412713d22190e4788a4003318f973f1a89b86dee0725c2e62c45f76add5a2cb | shasum -a 256