Citaat | Hoge Raad 5 september 2003
Alinea 20 Hoge Raad 5 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4953.
4.1. Het Hof heeft geoordeeld dat de Chef niet aannemelijk heeft gemaakt dat - overeenkomstig het bepaalde in artikel 67g, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR) - belanghebbende uiterlijk op het tijdstip van oplegging van de boete in kennis is gesteld van de gronden waarop de oplegging van de boete berust. Bij dit oordeel is het Hof kennelijk en terecht ervan uitgegaan dat aan het voorschrift van artikel 67g, lid 2, niet wordt voldaan door publicatie van het door het College vastgestelde beleid inzake het opleggen van boetes. Dit voorschrift dient aldus te worden verstaan dat in elk individueel geval waarin tot oplegging van een boete wordt overgegaan, mededeling aan de betrokken belastingplichtige moet worden gedaan van de gronden waarop in dat specifieke geval de oplegging van de boete berust. Voorzover het middel uitgaat van een andere opvatting, faalt het.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a59fc9fa65202dfbc0f1f8e8683f454453ba98a2a8dc72cee7df5f08a22ca98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a59fc9fa65202dfbc0f1f8e8683f454453ba98a2a8dc72cee7df5f08a22ca98, en de alinea staat in dat document op bytes 7666 tot 8581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a59fc9fa65202dfbc0f1f8e8683f454453ba98a2a8dc72cee7df5f08a22ca98 | shasum -a 256