Citaat | Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 43 Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5087.

b) anderzijds de verklaring van de verdachte waarom hij juist deze transactie op 18 augustus 1995 is aangegaan zoals hiervoor onder 3.3 sub (ii) weergegeven, bezien tegen de achtergrond van het als bewijsmiddel 6 gebezigde rapport van de deskundige mr. G.St. Panjer, inhoudende dat de koersontwikkeling van Pie Medical tussen 31 maart 1995 en 21 augustus 1995 uiterst rustig was, dat het fonds door analisten nauwelijks werd gevolgd en dat de beleggers volkomen afhankelijk waren van de informatie die de onderneming zelf verstrekte, is 's Hofs oordeel, daarop neerkomende dat - in aanmerking genomen de onder a) bedoelde omstandigheden - de verklaringen van de verdachte de redengevendheid van die omstandigheden niet ontzenuwen, niet onbegrijpelijk en kon het Hof een en ander in de bewijsvoering betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba554d808b90a25f5810f7398a6825dffdd7f00082534ca1e87883856488c09b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba554d808b90a25f5810f7398a6825dffdd7f00082534ca1e87883856488c09b, en de alinea staat in dat document op bytes 16503 tot 17325.