Citaat | Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 25 Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5094.

(2) dat de raadsman die ter terechtzitting niet uitdrukkelijk verklaart dat hij door de aldaar niet verschenen betrokkene bepaaldelijk is gemachtigd tot het voeren van de verdediging, geen van de hem bij de wet toegekende rechten en bevoegdheden kan uitoefenen, behoudens het voeren van het woord ter toelichting van de afwezigheid van de betrokkene en het verzoeken om aanhouding van de behandeling van de zaak met het oog op de effectuering van diens aanwezigheidsrecht of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als hiervoor bedoeld; bij gebreke van een zodanige machtiging geldt de behandeling van de zaak als een procedure bij verstek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7893f5a6d6fa73cdf708517fb1426c83e2ee3a3c3f6c23fc4ec32afc93ffa90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7893f5a6d6fa73cdf708517fb1426c83e2ee3a3c3f6c23fc4ec32afc93ffa90, en de alinea staat in dat document op bytes 7818 tot 8488.