Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 64 Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5100.

3.9 Bij de beoordeling van deze klacht moet worden vooropgesteld dat het Hof in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (6 april 1995, Jurispr. 1995, p. I-743, NJ 1995, 492 en 26 november 1998, Jur. 1998, p. I-7791, NJ 1999, 523) in het kader van zijn onderzoek of de NOS c.s. misbruik maken van hun economische machtspositie, terecht mede aandacht heeft besteed aan het eventuele bestaan van een objectieve rechtvaardigingsgrond, nu het Hof reeds had vastgesteld dat door de opstelling van de NOS c.s. elke mededinging op de desbetreffende markt wordt uitgesloten. Anders dan het onderdeel kennelijk wil betogen valt een toetsing aan dit criterium niet geheel samen met een beantwoording van de vraag of de NOS c.s. in redelijkheid licentiering hadden mogen weigeren. Het Hof heeft bovendien in zijn bestreden overweging tot uitdrukking gebracht dat het in de stellingen van de NOS c.s. geen voldoende zwaarwegende gronden heeft kunnen vinden voor de weigering van de NOS c.s. en dus ook geen objectieve rechtvaardigingsgrond. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en, in aanmerking genomen dat het gaat om een voorlopige voorziening, ook niet ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39bf8a614dc2b8879e1c8fbb4f540e74bc1cd9df33a5a4e0e889e2714f06117d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39bf8a614dc2b8879e1c8fbb4f540e74bc1cd9df33a5a4e0e889e2714f06117d, en de alinea staat in dat document op bytes 17670 tot 18901.