Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003
Alinea 65 Hoge Raad 6 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5100.
3.10 De vierde klacht van onderdeel IV is gericht tegen het (voorlopig) oordeel van het Hof dat te dezen sprake is van een "uitzonderlijke omstandigheid" als bedoeld in de hiervóór in 3.9 vermelde rechtspraak van het HvJEG. De NOS c.s. voeren aan dat in een geval als dit in de eerste plaats onderzocht moet worden of er voor het product dat de derde, De Telegraaf, op de markt wil brengen of brengt, al dan niet een daadwerkelijk of potentieel substituut bestaat. Het Hof had daarom eerst moeten vaststellen of TV Week, ondanks de ontkenning van de zijde van de NOS c.s., een nieuw product is waarnaar een constante en regelmatige potentiële vraag bestaat. Bovendien heeft het Hof volgens het onderdeel miskend dat in dit soort gevallen volgens de rechtspraak van het HvJEG drie voorwaarden moeten worden onderscheiden en dat aan die voorwaarden cumulatief dient te zijn voldaan vóórdat sprake kan zijn van misbruik als in deze procedure aan de orde is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39bf8a614dc2b8879e1c8fbb4f540e74bc1cd9df33a5a4e0e889e2714f06117d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39bf8a614dc2b8879e1c8fbb4f540e74bc1cd9df33a5a4e0e889e2714f06117d, en de alinea staat in dat document op bytes 18921 tot 19894.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39bf8a614dc2b8879e1c8fbb4f540e74bc1cd9df33a5a4e0e889e2714f06117d | shasum -a 256