Citaat | Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 24 Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5257.
3.3. Te dezen zijn toepasselijk art. 248ter, tweede lid, in verbinding met art. 245, tweede, derde en vierde lid, en art. 66 Sr, zoals deze bepalingen golden ten tijde van het onder 6 tenlastegelegde feit, te weten 30 mei 1999. Ingevolge deze wetsbepalingen heeft vervolging van het in art. 248ter, eerste lid, Sr voorziene en strafbaar gestelde misdrijf niet plaats dan op klacht en kan de klacht indien zij op de in art. 65, eerste lid, Sr vermelde grond geschiedt door de wettelijke vertegenwoordiger in burgerlijke zaken van degene tegen wie het feit is begaan, worden ingediend gedurende drie maanden na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152, en de alinea staat in dat document op bytes 14008 tot 14715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152 | shasum -a 256