Citaat | Hoge Raad 15 april 2003

Alinea 27 Hoge Raad 15 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5257.

3.6. De Hoge Raad zal op de voet van het bepaalde in de eerste volzin van het tweede lid van art. 440 Sv zelf de zaak afdoen en - met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre - de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging ter zake van het aan de verdachte onder 6 tenlastegelegde. Voor vernietiging van de overige beslissingen van het Hof bestaat onvoldoende grond, aangezien de aard en de ernst van al hetgeen ten laste van de verdachte is bewezenverklaard niet worden aangetast door bedoelde partiële niet-ontvankelijkverklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152, en de alinea staat in dat document op bytes 15404 tot 15991.