Citaat | Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 45 Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5257.
5.7. De middelen, die daarover terecht klagen, kunnen evenwel niet tot cassatie leiden nu - gelet op de in het genoemde arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2002 geformuleerde vereisten - reeds thans vaststaat dat na verwijzing of terugwijzing van de zaak de vordering van de benadeelde partijen op de voet van art. 361, derde lid, in verbinding met art. 415 Sv niet-ontvankelijk zal worden verklaard op de grond dat een vordering als de onderhavige niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152, en de alinea staat in dat document op bytes 21546 tot 22098.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af51495b559d50276a8a8eb886579ae9d949d9295a751f9f9bb188331d4e9152 | shasum -a 256