Citaat | Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 33 Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5370.
3.5. 's Hofs oordeel dat de pillen die de verdachte aanwezig heeft gehad MDMA bevatten, wordt niet geschraagd door de inhoud van enig bewijsmiddel. Dat, zoals het Hof ter verwerping van het gevoerde verweer heeft overwogen uit het proces-verbaal van politie - waarbij het Hof kennelijk doelt op het als bewijsmiddel 4 gebezigde proces-verbaal - volgt dat een deel van de pillen is getest op de aanwezigheid van MDMA kan uit dat proces-verbaal niet zonder meer volgen, nu dat als relaas van de verbalisant niet meer inhoudt dan dat met de narcotest 23 een sterk positieve reactie werd geconstateerd en dat uit deze reactie "kan worden afgeleid dat de onderzochte substantie XTC is, als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I." Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat XTC als zodanig niet is vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, terwijl, naar van algemene bekendheid is, de in het spraakgebruik als XTC aangeduide drug haar effect, behalve aan MDMA, ook aan andere op genoemde lijst vermelde stoffen kan ontlenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/183906b9ac14b5374d322eccb0c284d090cbb6b1f0d60a8b8fdc7b16856870ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 183906b9ac14b5374d322eccb0c284d090cbb6b1f0d60a8b8fdc7b16856870ea, en de alinea staat in dat document op bytes 11114 tot 12166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/183906b9ac14b5374d322eccb0c284d090cbb6b1f0d60a8b8fdc7b16856870ea | shasum -a 256