Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 107 Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5456.
Duidelijk is dat het enige juiste antwoord op deze problemen - dit dilemma - zou zijn geweest dat [verdachte] hetzij het belang van de Staat of zijn recht op verschoning had ingeroepen om níet te verklaren, hetzij de kritiek over zich heen had moeten laten komen. Hij heeft echter - geconfronteerd met dit dilemma - een foutieve keuze gemaakt door meinedig te verklaren. Ook thans nog is, mede vanwege het gebruik door [verdachte] van het hem toekomende zwijgrecht, onduidelijk gebleven welk belang of welke belangen [verdachte] nu precies zwaarder heeft laten wegen. Ook tijdens een besloten terechtzitting van het hof heeft hij geen opening van zaken willen geven. Wat dit betreft is zijn houding van het begin af aan consequent geweest. En die consequente houding wijst er volgens het hof ook op dat het niet zo zeer ging om het beteugelen van het gevaar voor een strafvervolging van [verdachte] zelf, zoals de verdediging het heeft willen doen voorkomen; dit gevaar lijkt vooral van betekenis omdat het de verdediging een juridisch verweer opleverde. Het hof heeft aan dit strafproces de indruk overgehouden dat het belang van [verdachte] om meinedig te verklaren in belangrijke mate daarin was gelegen dat de rol van de in het 'saptraject' figurerende informant(en) 'koste wat kost' verborgen diende te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 43956 tot 45286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e | shasum -a 256