Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 26 Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5456.
(iv) De door het Hof in de zaak tegen [medeverdachte] onder 9.4 tot en met 9.8 en 9.12, en in de zaak tegen [verdachte] onder 9.3 tot en met 9.7 en 9.11 gebezigde bewijsmiddelen houden in dat een informant van de verdachten, eerdergenoemde [betrokkene 1], in het kader van het Fort-onderzoek in de periode van 13 juni 1995 tot en met 7 maart 1996 een aantal verklaringen over de samenwerking met de verdachten heeft afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 9103 tot 9542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e | shasum -a 256