Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 41 Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5456.

Het ontbreken van de mogelijkheid tot zwijgen heeft direct het gebruik van de door [verdachte] afgelegde verklaringen - die immers substantieel doorwerken naar de bewijsvoering in de meineedprocedure - fataal besmet. Door [verdachte] te vervolgen heeft het openbaar ministerie in elk geval het fundamentele beginsel van een eerlijk proces geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 14699 tot 15062.