Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 46 Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5456.
6.3.3. Uit de transcriptie van de door [verdachte] overgelegde minicassettes blijkt dat zijn huidige raadsman hem in ieder geval reeds op 24 april 1996 bijstond(31). Aangenomen moet worden dat [verdachte] ook voor zijn openbare verhoor een raadsman heeft kunnen consulteren. Artikel 8a, eerste lid, WPE bepaalt zelfs dat een getuige gerechtigd is zich tijdens zijn verhoor te laten bijstaan. Niet gebleken is dat [verdachte] van dit recht gebruik heeft gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 19248 tot 19722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e | shasum -a 256