Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 47 Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5456.
[Verdachte] was voorts op de hoogte van de omstandigheden waarop de concrete verdenking die in zijn beleving ten aanzien van hem bestond, berustte. Zulks vloeit immers voort uit het door hem gevoerde verweer. [Verdachte] had zich - onder verwijzing naar het nemo tenetur-beginsel - kunnen beroepen op zijn zwijgrecht, met als argument dat in zijn beleving een concrete verdenking tegen hem bestond dat hij als CID-functionaris strafbare feiten had begaan en dat hij derhalve niet gedwongen kon worden zich ten aanzien van die feiten te belasten. Het arrest van het EHRM in de zaak Funke tegen Frankrijk(32), waarin voor het eerst met zoveel woorden is erkend dat het nemo tenetur-beginsel besloten ligt in het recht op een eerlijk proces, was reeds op 28 augustus 1993 in de Nederlandse Jurisprudentie gepubliceerd. Volgens de annotator Knigge zou dit arrest er zelfs op kunnen wijzen "dat eenvoudig iedere aan een verdachte opgelegde verplichting om (...) bewijs tegen zichzelf te leveren (...) in strijd met het verdrag wordt geoordeeld." [Verdachte] heeft ten overstaan van de PEC een zodanig beroep niet gedaan. Speculaties over de wijze waarop de toenmalige voorzitter van de PEC op een zodanig beroep zou hebben gereageerd, zijn daarom niet aan de orde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 19730 tot 21003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e | shasum -a 256