Citaat | Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 78 Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5456.

5.3.1. In art. 6 EVRM, waarop de steller van het middel zich beroept, ligt besloten dat, indien ten aanzien van een verdachte sprake is van een "criminal charge" in de zin van die bepaling, deze het recht heeft "to remain silent" en "not to incriminate oneself". Dat brengt mee dat onder omstandigheden het gebruik in een strafzaak van verklaringen van een verdachte, die van hem zijn verkregen op een moment dat van een criminal charge (nog) geen sprake was en die zijn afgelegd naar aanleiding van vragen waarop hij wettelijk verplicht was te antwoorden, in strijd kan komen met het bepaalde in art. 6 EVRM (vgl. EHRM 17 december 1996, NJ 1997, 699).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ee9b49d474cba6e9c5c489a3a8ffbb44cc0dda207d2edbfbd3e5a9c5c592b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 31627 tot 32292.