Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 32 Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5536.

3.2 De hiervoor onder 1 vermelde vordering van [verweerder] tegen Peku is gegrond op de hiervoor genoemde overeenkomst, de vordering tegen [eiser] op de stelling dat deze onrechtmatig jegens [verweerder] heeft gehandeld. De Rechtbank heeft de vordering tegen [eiser] afgewezen maar het Hof heeft haar toewijsbaar geacht. De motivering van dat oordeel kan als volgt worden samengevat. Met de Rechtbank is het Hof van oordeel dat onvoldoende is gesteld en gebleken om aan te nemen dat [eiser] reeds bij het aangaan van de overeenkomst bekend was of behoorde te zijn met de onmogelijkheid van Peku om de investering van [verweerder] terug te betalen. Toen [eiser] eind 1996 het quotum weer terugverkocht aan [betrokkene 1], was de financiële situatie van Peku echter zo slecht dat [eiser] het terugontvangen bedrag niet in het vermogen van Peku had mogen laten vloeien. Door dat - wetende dat de financiële situatie van Peku zo slecht was - wel te doen heeft [eiser] "onaanvaardbaar onbetamelijk gehandeld ten opzichte van [verweerder]". Nu [verweerder] voor het restantbedrag - volgens het Hof ƒ 119.315,-- - geen verhaal kan vinden op Peku, lijdt [verweerder] tot dat bedrag schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/249b654050407e0a1b3cf3232788cea4c368fed8b5aa69ce7a197340bcfdadbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 249b654050407e0a1b3cf3232788cea4c368fed8b5aa69ce7a197340bcfdadbb, en de alinea staat in dat document op bytes 9161 tot 10358.