Citaat | Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 41 Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5555.
3.5 Een en ander leidt ertoe dat moet worden aangenomen dat zo lang de terbeschikkingstelling niet onvoorwaardelijk is beëindigd - behoudens in het in de conclusie van de Advocaat-Generaal in 3.4 onder (iv) vermelde geval - geen (onvoorwaardelijke) machtiging ingevolge de Wet Bopz dient te worden verleend. Nu de beslissing van de Rechtbank tot gevolg heeft dat tegelijkertijd een terbeschikkingstelling en een machtiging ingevolge de Wet Bopz gelden, kan die beslissing niet in stand blijven. Na verwijzing zal moeten worden onderzocht of de terbeschikkingstelling inmiddels onherroepelijk is beëindigd en zal, zo dit niet het geval is, de verzochte machtiging dienen te worden geweigerd, dan wel op de wijze als hiervóór in 3.4 beschreven een voorwaardelijke machtiging kunnen worden gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/208caa1fc812e68bd32e1294fae9ae3603c7d7c442bb4c0df5566bc3e0dd0d4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 208caa1fc812e68bd32e1294fae9ae3603c7d7c442bb4c0df5566bc3e0dd0d4e, en de alinea staat in dat document op bytes 14129 tot 14941.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/208caa1fc812e68bd32e1294fae9ae3603c7d7c442bb4c0df5566bc3e0dd0d4e | shasum -a 256