Citaat | Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 21 Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5690.

3.6. Uit het vorenoverwogene volgt dat de primaire klacht dat het Hof heeft verzuimd bepaaldelijk een met redenen omklede beslissing te geven omtrent het gevoerde verweer, feitelijke grondslag mist. De subsidiaire klacht faalt eveneens, aangezien 's Hofs - niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevend - oordeel toereikend is gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat bij het, nadien gewezen, in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 13 weergegeven vonnis van de civiele kamer van de Rechtbank te 's Gravenhage van 17 juni 1998, gewezen tussen BHW als eiseres en de verdachte als gedaagde, is beslist dat de verdachte "alle aanleiding had te veronderstellen" dat [E] bevoegd was tot het geven van instructies die afweken van de door BHW gegeven instructies, waarop beroep is gedaan ter staving van het gevoerde verweer. De kennelijk aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat het Hof uitdrukkelijk had moeten motiveren dat en waarom het is voorbijgegaan aan het oordeel van de Rechtbank vindt geen steun in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/382098d302e428af6a8dc36ca2a45a4839e0ab5dcc2bca441504c7922d0cbe1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 382098d302e428af6a8dc36ca2a45a4839e0ab5dcc2bca441504c7922d0cbe1a, en de alinea staat in dat document op bytes 8237 tot 9285.