Citaat | Hoge Raad 3 juni 2003
Alinea 32 Hoge Raad 3 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5700.
3.4. In het licht van hetgeen hiervoor onder 3.2 is overwogen heeft het Hof aldus zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd. Immers, enerzijds kan aan de hiervoor onder 3.2 sub (iii) weergegeven brief van mr. Vermeulen en de daarbij behorende bijlagen worden ontleend dat de verdachte zich op het standpunt stelt dat onder de in die brief vermelde bijzondere omstandigheden de door het Hof genoemde overschrijding van de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep hem niet kan worden toegerekend, omdat medische redenen, te weten het geheugenverlies ten gevolge van het ongeval, eraan in de weg hebben gestaan dat hij nadien nog wist dat hij in persoon was gedagvaard tegen de terechtzitting van de Politierechter van 30 juli 1999. Anderzijds is de inhoud van de in de dagvaarding in hoger beroep gedane mededeling, hiervoor onder 3.2 sub (v) weergegeven, onjuist en misleidend omdat zij suggereert dat de aanwezigheid van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep nutteloos is, zodat de verdachte daardoor er van kan worden weerhouden om ter terechtzitting te verschijnen en aldaar zijn hiervoor bedoeld verweer te voeren, in welk geval het Hof gehouden zou zijn geweest daarop een met redenen omklede beslissing tegen geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6790371779e7471b5ddc42dda37ed03265b6ab3c92c31ab8cf4d3f36d686c021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6790371779e7471b5ddc42dda37ed03265b6ab3c92c31ab8cf4d3f36d686c021, en de alinea staat in dat document op bytes 9663 tot 10918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6790371779e7471b5ddc42dda37ed03265b6ab3c92c31ab8cf4d3f36d686c021 | shasum -a 256