Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 24 Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5704.

Dat was het moment dat ik dacht dat ik er niet verder op in moest gaan, want ik kon aan zijn gezicht zien dat hij niet veel wilde zeggen. [Slachtoffer] ging ook in het hoekje van de douche staan. Ik heb hem toen afgedroogd en verder hebben we het er niet meer over gehad. De volgende ochtend heb ik de politie opgebeld. Ik heb niet tegen [slachtoffer] gezegd wat ik vond van wat ik gehoord had. Ik heb gisteren pas tegen [slachtoffer] gezegd dat ik met de politie gesproken had. Toen ik hem vroeg of hij nog wist wat hij over papa had verteld, ging hij met zijn hoofd meteen op de bank hangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686a275e3094acd3b472c80acf8b7b13fe6e698ba9a1c0cc35ae408779b96eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686a275e3094acd3b472c80acf8b7b13fe6e698ba9a1c0cc35ae408779b96eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 9067 tot 9673.