Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 62 Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5704.
3.3. Bij de beoordeling van de klacht dat het Hof de verklaring van het slachtoffer ten onrechte tot het bewijs heeft gebezigd, moet worden vooropgesteld dat de Hoge Raad in zijn arrest van 12 oktober 1999, NJ1999, 827 heeft geoordeeld dat in een geval als het onderhavige waarin de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad de persoon die een verklaring tegenover de politie heeft afgelegd te (doen) ondervragen, art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van het proces-verbaal van politie met een dergelijke verklaring niet in de weg staat, als de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen, en voorts dat dit steunbewijs dan betrekking zal moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686a275e3094acd3b472c80acf8b7b13fe6e698ba9a1c0cc35ae408779b96eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686a275e3094acd3b472c80acf8b7b13fe6e698ba9a1c0cc35ae408779b96eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 21945 tot 22792.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686a275e3094acd3b472c80acf8b7b13fe6e698ba9a1c0cc35ae408779b96eb8 | shasum -a 256