Citaat | Hoge Raad 13 mei 2003
Alinea 31 Hoge Raad 13 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5705.
3.5. Blijkens de hiervoor onder 3.4 weergegeven wetsgeschiedenis strekt art. 126dd Sv er niet toe de bruikbaarheid van de in het eerste lid vermelde gegevens - die zijn verkregen in het onderzoek in een bepaalde zaak en die kunnen bijdragen aan de opheldering van strafbare feiten in een andere zaak - te beperken doch te voorkomen dat deze op de voet van art. 126cc, tweede lid, Sv zouden moeten worden vernietigd voordat het onderzoek in die andere zaak is beëindigd. Het oordeel van het Hof komt er op neer dat, ook indien achteraf door de officier van justitie toestemming is gegeven voor het in het eerste lid van art. 126dd Sv bedoelde gebruik van de daar vermelde gegevens, is voldaan aan het vereiste van art. 126dd Sv. Dat oordeel is juist. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat het gebruik van bedoelde gegevens in een ander onderzoek slechts mogelijk is indien zulks door de officier van justitie vooraf is bepaald, is dus onjuist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9b93e4b70cd669943ec9f1a9ea37752520aa863efe674083675840b4f61f51c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9b93e4b70cd669943ec9f1a9ea37752520aa863efe674083675840b4f61f51c, en de alinea staat in dat document op bytes 11476 tot 12449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9b93e4b70cd669943ec9f1a9ea37752520aa863efe674083675840b4f61f51c | shasum -a 256