Citaat | Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 58 Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5887.

3.5.3 Zoals volgt uit het hiervoor in 3.3.2 overwogene, vormde het door de vrouw gelegde beslag op het aandeel van de man in de woning geen beletsel om het aandeel van de vrouw in de woning aan de man toe te delen en heeft deze toedeling (aanvankelijk) geen doorgang kunnen vinden omdat de notaris op de grond dat beslag was gelegd op het aandeel van de man in de woning, geweigerd heeft zijn medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van toedeling. Nu het tegen deze achtergrond onredelijk zou zijn van de vrouw te vergen om ter voorkoming van het verbeuren van de dwangsom wegens het niet meewerken aan de toescheiding van de woning aan de man, het door haar gelegde beslag op te heffen, moet worden geoordeeld dat de vrouw, anders dan het Hof heeft geoordeeld, wel degelijk in de onmogelijkheid verkeerde "om aan de hoofdveroordeling te voldoen" als bedoeld in art. 611d lid 1. Onderdeel 3.7 slaagt derhalve en de onderdelen 3.4 - 3.6 behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eebd7a7a3feeda3833609f8e5b0bda049738ec10fa78ba7e9ec244106ef42f32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eebd7a7a3feeda3833609f8e5b0bda049738ec10fa78ba7e9ec244106ef42f32, en de alinea staat in dat document op bytes 19018 tot 20006.