Citaat | Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 52 Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6203.

Naar aanleiding van de in de - ten processe overgelegde - jaarstukken over 1993 opgenomen post Reserve Uitgesteld Salaris ten bedrage van ƒ 138.500,-- is [eiser] verzocht bescheiden over te leggen, waaruit blijkt dat de fiscus met deze RUS-regeling heeft ingestemd en bescheiden waaruit blijkt dat hij in 1993 recht had op een salaris van ƒ 138.500,-- en toen met de vennootschap is overeengekomen dat zijn salaris over 1993 niet in dat jaar maar later zou worden uitbetaald, zulks in het kader van de beoordeling van de vraag of de loonvordering van [eiser] over 1993 ten bedrage van ƒ 140.000,--/ƒ 138.500,-- een reële vordering was en [eiser] aldus een verzekerbaar belang had. In dat kader is [eiser] vervolgens bij het tussenarrest van 7 september 2000 toegelaten tot nader bewijs van zijn stelling dat hij met de vennootschap is overeengekomen dat zijn salaris over 1993 zou worden uitbetaald in 1997."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96592feaffdc4e2fbadc9646d4b02cada1e9e259bb9215689bd46bd6506cca6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96592feaffdc4e2fbadc9646d4b02cada1e9e259bb9215689bd46bd6506cca6b, en de alinea staat in dat document op bytes 17011 tot 17937.