Citaat | Hoge Raad 20 juni 2003

Alinea 44 Hoge Raad 20 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6207.

4.2 Uit de samenhang tussen de artikelen 1068 en 1064 lid 4 Rv. moet worden afgeleid dat (ook) een vordering tot herroeping van een arbitraal tussenvonnis wegens request-civiel slechts kan worden ingesteld tezamen met de vordering tot herroeping van het (geheel of gedeeltelijk) arbitraal eindvonnis. Zowel voor de vordering tot vernietiging, geregeld in art. 1064 Rv., als voor de vordering tot herroeping wegens request-civiel, geregeld in art. 1068 Rv., geldt immers dat, door de mogelijkheid van tussentijds beroep tegen eventuele arbitrale tussen-vonnissen niet open te stellen, het belang van een voortvarend procesverloop wordt gediend, fragmentatie van de instructie van de zaak wordt voorkomen en de processuele complicaties worden vermeden die kunnen voortvloeien uit de gelijktijdige verdere behandeling van de zaak door arbiters, na het door hen gewezen tussenvonnis, en van het tegen dat tussenvonnis ingestelde request-civiel door de overheidsrechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b6d052cab71d04f8b793f6a5725a82f9bd331229d3b3208052f8b987e607849. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b6d052cab71d04f8b793f6a5725a82f9bd331229d3b3208052f8b987e607849, en de alinea staat in dat document op bytes 15527 tot 16505.