Citaat | Hoge Raad 16 mei 2003
Alinea 31 Hoge Raad 16 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6208.
3.3 Door [eiseres] is in cassatie aangevoerd dat een memorie van grieven voor de zitting van 7 mei 2002 reeds op 10 april 2002 is verzonden aan de Rechtbank doch is teruggezonden aan haar raadsman. Deze memorie heeft de raadsman van [eiseres] volgens haar pas bereikt na de zitting van 7 mei 2002. Daarna heeft de raadsman van [eiseres], naar zij stelt, van de griffie van de Rechtbank te horen gekregen dat de memorie van grieven mocht worden genomen op 3 juli 2002. Uit de ambtshalve door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen, zoals vermeld in zijn conclusie onder 6, blijkt echter dat de zaak op 7 mei 2002 door de rolrechter is verwezen naar de rolzitting van 21 mei 2002. Ook op die zitting heeft [eiseres] geen memorie van grieven doen nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804, en de alinea staat in dat document op bytes 7473 tot 8243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804 | shasum -a 256