Citaat | Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 32 Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6208.

3.4 Uit hetgeen hiervóór in 3.3 is overwogen blijkt dat namens [eiseres] op beide daartoe bestemde rolzittingen geen memorie van grieven is genomen. Anders dan [eiseres] meent, was niet voldoende dat de memorie van grieven tijdig aan de griffie was gezonden, doch had de indiening ervan, nu bij de Rechtbank een rolzitting wordt gehouden, op grond van het bepaalde in art. 82 lid 3 Rv. ter zitting dienen te geschieden. Dat deze indiening achterwege is gebleven, moet aan [eiseres] worden toegerekend. De klacht dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [eiseres] geen grieven heeft voorgedragen, faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804, en de alinea staat in dat document op bytes 8263 tot 8890.