Citaat | Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 33 Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6208.

3.5 Het middel klaagt voorts dat de Rechtbank eraan voorbij heeft gezien dat in elk geval grieven in de dagvaarding in hoger beroep waren opgenomen. Deze klacht berust op een onjuiste rechtsopvatting en kan daarom niet tot cassatie leiden. Van behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grieven kan, ook als in de appeldagvaarding grieven zouden zijn opgenomen, slechts sprake zijn indien deze grieven door een proceshandeling - met name de conclusie van eis in hoger beroep/memorie van grieven - aan de rechter ter beoordeling zijn voorgelegd, zoals in de appeldagvaarding ook was aangekondigd: "Appellante zal bij Memorie van Grieven haar grieven tegen het vonnis formuleren". Het niet concluderen voor eis in hoger beroep leidt, behoudens in zich hier niet voordoende omstandigheden, ook onder het sinds 1 januari 2002 geldende procesrecht in hoger beroep ingevolge art. 347 Rv. tot niet-ontvankelijkverklaring van appellant in zijn hoger beroep (vgl. HR 4 april 1997, nr. 16238, NJ 1998, 220). De Rechtbank heeft met haar overweging dat [eiseres] geen grieven heeft voorgedragen, kennelijk en terecht niet het oog gehad op de inhoud van de appeldagvaarding, maar op het hiervóór in 3.4 als juist aanvaarde feit dat [eiseres] geen memorie van grieven/conclusie van eis in hoger beroep heeft doen nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20d2e0dbea48b2bf9c1fc24ef1c95cbafa0354c6c14d3c4ff49573444f722804, en de alinea staat in dat document op bytes 8910 tot 10234.