Citaat | Hoge Raad 10 juni 2003
Alinea 45 Hoge Raad 10 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6597.
Uiteraard dient voor de uitleveringsrechter de mogelijkheid te blijven bestaan de aanwezigheid van de opgeëiste persoon af te dwingen. Dit komt aan de orde, indien er op het tijdstip van het verhoor niemand verschijnt of alleen de raadsman verschijnt, maar deze niet gemachtigd blijkt te zijn. Voorts kunnen er andere redenen zijn, waarom naar het oordeel van de rechter de aanwezigheid van de opgeëiste persoon gewenst is. De wijziging van het vierde lid van artikel 25 (onderdeel H) strekt daartoe. Daarnaast wordt artikel 29 van de Uitleveringwet aangevuld met een verwijzing naar artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering (onderdeel I)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/846368d4a8ccbb7b71776d42fc864ac3600fc5215554a3a8c696c233803ddcca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 846368d4a8ccbb7b71776d42fc864ac3600fc5215554a3a8c696c233803ddcca, en de alinea staat in dat document op bytes 13838 tot 14500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/846368d4a8ccbb7b71776d42fc864ac3600fc5215554a3a8c696c233803ddcca | shasum -a 256