Citaat | Hoge Raad 10 juni 2003
Alinea 54 Hoge Raad 10 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6597.
3.6. De door het middel voorgestane opvatting dat de verzochte uitlevering niet toelaatbaar kan worden verklaard wanneer noch de opgeëiste persoon noch zijn op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman dienaangaande is gehoord, kan dus niet als juist worden aanvaard. Daarbij verdient opmerking dat die opvatting tot de onaannemelijke uitkomst leidt dat de opgeëiste persoon (meer in het bijzonder indien hij niet is gedetineerd) zelf kan bewerkstelligen dat de gevraagde uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard dan wel dat de behandeling van het uitleveringsverzoek onaanvaardbaar wordt vertraagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/846368d4a8ccbb7b71776d42fc864ac3600fc5215554a3a8c696c233803ddcca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 846368d4a8ccbb7b71776d42fc864ac3600fc5215554a3a8c696c233803ddcca, en de alinea staat in dat document op bytes 17451 tot 18076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/846368d4a8ccbb7b71776d42fc864ac3600fc5215554a3a8c696c233803ddcca | shasum -a 256