Citaat | Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 30 Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6599.

3.4. Uit de hiervoor onder 3.2 weergegeven omschrijving van de feiten komt naar voren dat de opgeëiste persoon ervan wordt verdacht dat hij investeerders heeft bewogen, of heeft doen bewegen, zeer grote bedragen aan zijn bedrijf of aan hem te betalen door hen in strijd met de waarheid te laten geloven dat hij of zijn bedrijf de geïnvesteerde bedragen zou terugbetalen met een jaarlijkse rente van 18 % en dat hij daartoe heeft verzwegen dat hij of zijn bedrijf noch de intentie had noch in staat was om de afspraken na te komen. Voorts volgt uit de door de verzoekende Staat overgelegde stukken dat de opgeëiste persoon "promissory notes" heeft ondertekend en heeft afgegeven aan de investeerders en dat hij het daarmee kennelijk heeft doen voorkomen alsof de door hem of zijn bedrijf gemaakte afspraken waren gegarandeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37a7aba394c929b9359ca68a5b10c819af7d1f34b208c67708e6aa7ffad8b4c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37a7aba394c929b9359ca68a5b10c819af7d1f34b208c67708e6aa7ffad8b4c9, en de alinea staat in dat document op bytes 9390 tot 10231.