Citaat | Hoge Raad 6 mei 2003

Alinea 31 Hoge Raad 6 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6599.

3.5. Hiervan uitgaande heeft de Rechtbank kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat er naar Nederlands recht sprake is van een samenweefsel van verdichtsels en derhalve van oplichting als strafbaar gesteld in art. 326 Sr. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37a7aba394c929b9359ca68a5b10c819af7d1f34b208c67708e6aa7ffad8b4c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37a7aba394c929b9359ca68a5b10c819af7d1f34b208c67708e6aa7ffad8b4c9, en de alinea staat in dat document op bytes 10251 tot 10555.