Citaat | Hoge Raad 27 mei 2003

Alinea 22 Hoge Raad 27 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6600.

3.3. De Rechtbank heeft hetgeen de raadsman ter zitting heeft aangevoerd inzake een dreigende flagrante inbreuk op enig aan de opgeëiste persoon ingevolge art. 6 EVRM toekomend recht, kennelijk opgevat als een verweer dat ertoe strekte dat het Amerikaanse strafproces, zoals het in gevallen als het onderhavige in de praktijk wordt toegepast, in strijd is met het in art. 6 EVRM uitgedrukte recht op een eerlijk proces en uitlevering aan de Verenigde Staten reeds daarom een flagrante schending van art. 6 EVRM oplevert. Die uitleg is niet onbegrijpelijk gelet op hetgeen de raadsman ter zitting heeft aangevoerd blijkens de aan het proces-verbaal van de zitting van 3 december 2002 gehechte pleitnotie, onder meer inhoudende :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f14b52c50878f9d342cc159957f292b0da6b4150aea9d4de1f3f9bd43f1fb53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f14b52c50878f9d342cc159957f292b0da6b4150aea9d4de1f3f9bd43f1fb53, en de alinea staat in dat document op bytes 8187 tot 8928.