Citaat | Hoge Raad 9 september 2003
Alinea 48 Hoge Raad 9 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6602.
4.4.1. In de onder 4.2 weergegeven overwegingen van de Rechtbank ligt als haar oordeel besloten dat het belang van de strafvordering zich tegen gegrondverklaring van het klaagschrift verzet. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat tegen de klager een SFO is ingesteld en dat ingevolge dat SFO de Officier van Justitie op grond van art. 126b, eerste lid, Sv zelfstandig - dat wil zeggen zonder afzonderlijke machtiging van de rechter-commissaris - bevoegd is conservatoir beslag in de zin van art. 94a Sv te doen leggen tot verhaal voor een aan de klager op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in art. 36e Sr. Bij zodanige beslaglegging is de officier van justitie niet gebonden aan een eventueel in de eerdere schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris bepaald maximumbedrag waarvoor reeds op grond van art. 94a, tweede lid, Sv beslag is gelegd. Dat volgt daaruit dat een SFO - onder verantwoordelijkheid van de officier van justitie - bij uitstek is gericht op de bepaling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel en daarmee op de bepaling van de omvang van het bedrag dat voor verhaalsbeslag in aanmerking komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fae6b85ac26d0e307042d2abfc8c784c86f1e79171b327e96a98fd16713a0fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fae6b85ac26d0e307042d2abfc8c784c86f1e79171b327e96a98fd16713a0fe, en de alinea staat in dat document op bytes 15413 tot 16746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fae6b85ac26d0e307042d2abfc8c784c86f1e79171b327e96a98fd16713a0fe | shasum -a 256