Citaat | Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 31 Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6983.

3.5. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 3:316 BW blijkt, dat het begrip 'daad van rechtsvervolging' in ruime zin moet worden opgevat. (vgl. Parl. Gesch. Boek 3, blz. 932-933) Daaruit volgt dat als zodanig iedere vordering in rechte van de zijde van de gerechtigde in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f945bdfab22733fc63a7b8972c1197a0a2c52a0da5a564babc0418758dc023c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f945bdfab22733fc63a7b8972c1197a0a2c52a0da5a564babc0418758dc023c5, en de alinea staat in dat document op bytes 9326 tot 9638.