Citaat | Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 35 Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6983.

3.9. Uit het voorgaande volgt dat in de onderhavige zaak het verval van de in art. 3:86, derde lid, BW bedoelde rechtsvordering is gestuit. De vordering tot revindicatie was derhalve, anders dan het middel beoogt te stellen, niet door het verstrijken van de in die bepaling vermelde termijn van drie jaren vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f945bdfab22733fc63a7b8972c1197a0a2c52a0da5a564babc0418758dc023c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f945bdfab22733fc63a7b8972c1197a0a2c52a0da5a564babc0418758dc023c5, en de alinea staat in dat document op bytes 11138 tot 11467.