Citaat | Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 30 Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7002.

Revabo heeft gevorderd dat Amev zou worden veroordeeld tot betaling aan haar van een bedrag van ƒ 2.799,41. Dit bedrag was lager dan de appelgrens van ƒ 3.500,-- die ingevolge art. 38 RO, zoals dat luidde van 1 januari 1999 tot 1 januari 2002, op het moment van dagvaarding in hoger beroep gold. Tegen het door de kantonrechter gewezen vonnis stond dus geen hoger beroep open, zodat de rechtbank Revabo in het door deze ingestelde appel ambtshalve niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De rechtbank heeft het beroep echter behandeld en daarop beslist. In haar vonnis ligt daarom besloten dat Revabo naar het oordeel van de rechtbank ontvankelijk is in haar beroep. Nu in cassatie door Amev niet is aangevoerd dat de rechtbank Revabo in dit hoger beroep ambtshalve niet-ontvankelijk had dienen te verklaren en de Hoge Raad niet bevoegd is het door de rechtbank gewezen vonnis ambtshalve te casseren, dient de ontvankelijkheid van het hoger beroep thans mede tot uitgangspunt, zodat Revabo in haar beroep kan worden ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e4ad3511556ac8c24f6056a3a24b075d598fdfbcabb560c99924894a0631070. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e4ad3511556ac8c24f6056a3a24b075d598fdfbcabb560c99924894a0631070, en de alinea staat in dat document op bytes 7028 tot 8069.