Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 35 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7004.

3.2 Onderdeel 1 klaagt dat de oordelen van de Rechtbank blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende of onbegrijpelijk zijn gemotiveerd, omdat de Rechtbank daarin zou hebben miskend dat het partijen vrijstaat om in afwijking van de wettelijke regeling overeen te komen dat in geval van een procedure de partij die in het ongelijk wordt gesteld, alle door de wederpartij gemaakte proceskosten zal moeten betalen (onder verwijzing naar HR 22 januari 1993, rek. nr. 8090, NJ 1993, 597) en dat partijen derhalve overeen kunnen komen dat ook recht bestaat op vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten indien deze verrichtingen betreffen waarvoor de in art. 56 en 57 (oud) Rv. bedoelde kosten een vergoeding plegen in te houden. Volgens het onderdeel valt niet in te zien waarom de door de Stichtingen gevorderde bedragen ter zake van bij de ten processe bedoelde collectieve arbeidsovereenkomsten bedongen buitengerechtelijke kosten en invorderingskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f0b72063ce271e0095f063ab268cf1c12a4b358c199b84774cfb2355b1bbd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f0b72063ce271e0095f063ab268cf1c12a4b358c199b84774cfb2355b1bbd63, en de alinea staat in dat document op bytes 10282 tot 11323.