Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 39 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7004.

3.6 Uit hetgeen hiervóór in 3.5 is overwogen volgt dat ook het derde onderdeel ongegrond is. Volgens dit onderdeel is onbegrijpelijk dat de Rechtbank heeft overwogen dat de Stichtingen in hun grieven niet hebben bestreden het oordeel van de Kantonrechter dat gesteld noch gebleken is dat de werkzaamheden waarvoor vergoeding is gevorderd, zijn aan te merken als verrichtingen anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak. De Rechtbank heeft de desbetreffende grief II in rov. 8.2 van haar vonnis vermeld en heeft klaarblijkelijk het standpunt van de Stichtingen dat het hiervoor in 3.5 besproken oordeel niet opgaat voor het geval uitdrukkelijk vergoeding van buitengerechtelijke kosten is bedongen, verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f0b72063ce271e0095f063ab268cf1c12a4b358c199b84774cfb2355b1bbd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f0b72063ce271e0095f063ab268cf1c12a4b358c199b84774cfb2355b1bbd63, en de alinea staat in dat document op bytes 13406 tot 14170.