Citaat | Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 17 Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7094.

3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de brief van 18 oktober 1999 niet kan worden aangemerkt als een voor het begin van de termijn ingediend bezwaarschrift, ten aanzien waarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege had moeten blijven op grond van het bepaalde in artikel 6:10 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Het heeft daartoe redengevend geoordeeld dat de aanslag ten tijde van de indiening van die brief nog niet tot stand was gekomen en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij redelijkerwijs kon menen dat dit wel reeds het geval was. Deze oordelen kunnen als van feitelijke aard in cassatie niet op hun juistheid worden getoetst. Zij zijn ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De daartegen gerichte primaire klacht van belanghebbende faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6, en de alinea staat in dat document op bytes 7774 tot 8589.