Citaat | Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 18 Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7094.
3.3. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat geen wettelijke bepaling de Inspecteur verplichtte het aanslagbiljet uit te reiken of toe te zenden aan de gemachtigde van belanghebbende, dan wel aan deze een afschrift toe te zenden. Voorzover de subsidiaire klacht van belanghebbende dit oordeel bestrijdt, faalt zij, omdat dat oordeel juist is. Daarbij verdient opmerking dat uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding niet blijkt dat door of namens belanghebbende is verzocht om het aanslagbiljet zelf of een kopie daarvan aan de gemachtigde te verzenden (vgl. HR 24 juli 2001, nr. 35984, BNB 2001/336). Het Hof is bij zijn oordeel dat de termijn voor het instellen van bezwaar is overschreden dan ook terecht ervan uitgegaan dat die termijn is aangevangen - nu zich kennelijk niet het geval voordoet dat de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking - met ingang van de dag na die van de dagtekening van het (aan belanghebbende verzonden) aanslagbiljet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6, en de alinea staat in dat document op bytes 8609 tot 9601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6 | shasum -a 256