Citaat | Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 19 Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7094.

3.4. Het Hof heeft ten slotte geoordeeld dat overigens geen omstandigheden zijn gebleken waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van de Awb. Daarmee heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat naar zijn oordeel zich te dezen niet een geval voordoet als bedoeld in dat artikel. Het Hof heeft daaraan nog toegevoegd dat de Inspecteur door het opleggen van de aanslag na de brief van belanghebbende van 18 oktober 1999 niet zodanig in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld dat de termijnoverschrijding door belanghebbende verschoonbaar moet worden geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32b6cb4cf3ea5a9921158ded9497ebfc4c7f5f70ccd0c3603fcedae31a7982c6, en de alinea staat in dat document op bytes 9640 tot 10300.