Citaat | Hoge Raad 11 april 2003

Alinea 19 Hoge Raad 11 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7099.

3.2.2. Het subsidiaire middel, dat dit oordeel bestrijdt, strekt ten betoge dat het Hof met dit oordeel miskent hetgeen door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is overwogen in zijn arrest van 25 februari 1999, Card Protection Plan, nr. C-349/96, Jurispr. 1999, blz. I-973, BNB 1999/224, te weten dat in principe iedere dienstverrichting als onderscheiden en zelfstandig moet worden beschouwd en dat, zo een dienstverlening bestaat uit meerdere handelingen, deze slechts als één dienst kan worden aangemerkt, indien één of meer van die handelingen moeten worden geacht de hoofddienst te vormen, terwijl een of meer andere handelingen moeten worden beschouwd als bijkomende diensten, die het fiscale lot van de hoofddienst delen. Het Hof had, aldus het middel, moeten onderzoeken of in dit geval sprake was van een hoofddienst met bijkomende diensten in de zin van dat arrest, hetgeen het Hof niet heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e06c7c416f5e676ce27e3d800b2d724d21c299ae6f8be60428ea5bd8a104eefb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e06c7c416f5e676ce27e3d800b2d724d21c299ae6f8be60428ea5bd8a104eefb, en de alinea staat in dat document op bytes 7561 tot 8504.