Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 43 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7419.

3.1. In cassatie kan worden uitgegaan van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2 vermelde feiten. Deze komen kort samengevat erop neer dat [betrokkene 1], de in 2001 overleden echtgenoot van [eiseres], als cliënt van de bank sedert 1984 in opties handelde (onder meer in de vorm van het schrijven van putopties) en dat de bank, toen [betrokkene 1] in oktober 1987 niet meer aan zijn margeverplichting bleek te kunnen voldoen - de door [A] B.V. afgegeven borgtocht tot een bedrag van ƒ 100.000,-- buiten beschouwing gelaten bedroeg het ongedekte tekort ƒ 317.464,--, in drie stappen tot liquidatie van uiteindelijk de gehele effectenportefeuille van [betrokkene 1] is overgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ccb60b33e1640b1fa1e0bce5b1351c801f3304c0b7353d9dd1f50112273b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ccb60b33e1640b1fa1e0bce5b1351c801f3304c0b7353d9dd1f50112273b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 10906 tot 11613.