Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003
Alinea 51 Hoge Raad 11 juli 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7419.
3.5.2 Onderdeel 3.2.1 moet kennelijk aldus worden verstaan dat art. 31m RHO zonder meer meebrengt dat de bank zich in alle gevallen van het uitvoeren van optieopdrachten dient te onthouden indien de cliënt niet voldoet aan de gebruikelijke margeverplichting. Het is echter, ook indien in aanmerking wordt genomen dat - zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 26 juni 1998, nr. 16621, C97/100, NJ 1998,660 - art. 31m RHO onmiskenbaar mede strekt ter bescherming van de belangen van de cliënten van de bank, geenszins onbegrijpelijk dat het Hof een zo ver gaande verplichting voor de bank niet in deze bepaling heeft gelezen, zodat het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2ccb60b33e1640b1fa1e0bce5b1351c801f3304c0b7353d9dd1f50112273b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2ccb60b33e1640b1fa1e0bce5b1351c801f3304c0b7353d9dd1f50112273b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 14022 tot 14702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2ccb60b33e1640b1fa1e0bce5b1351c801f3304c0b7353d9dd1f50112273b5e | shasum -a 256