Citaat | Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 36 Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7495.
Indien de inspecteur zich niet op deze bepaling beroept, of indien het Hof niet aannemelijk acht dat de omstandigheden noopten tot afwijking van artikel 7:5 van de Awb, rijst de vraag of ondanks het verzuim op de juiste wijze te horen, de uitspraak op het bezwaarschrift met toepassing van artikel 6:22 van de Awb in stand kan worden gelaten. Bij de beantwoording van die vraag moet in de overwegingen worden betrokken enerzijds dat het bepaalde in artikel 7:5 van de Awb, op grond waarvan de belastingplichtige recht heeft op een zorgvuldige behandeling van zijn bezwaren door het bestuursorgaan, geen dode letter mag worden, anderzijds dat de belastingplichtige niet gebaat is bij een vernietiging van de uitspraak op het bezwaarschrift, die slechts een herhaling van zetten oplevert en de duur van de procedure verlengt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a151cbc2070616fc0eddec252e59acac29cf59f12aaafc6082209c88077b6339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a151cbc2070616fc0eddec252e59acac29cf59f12aaafc6082209c88077b6339, en de alinea staat in dat document op bytes 15899 tot 16736.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a151cbc2070616fc0eddec252e59acac29cf59f12aaafc6082209c88077b6339 | shasum -a 256