Citaat | Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 40 Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7495.

3.5.5. In het onderhavige geval is blijkens het hoorverslag van 6 maart 2000 het horen van belanghebbende geschied door K en J. Uit de stukken van het geding blijkt voorts dat belanghebbende heeft gesteld dat J betrokken is geweest bij het onderzoek naar aanleiding waarvan de naheffingsaanslag is opgelegd, doch dat de Inspecteur dit heeft ontkend. Gelet op het voorgaande had het Hof dit punt niet in het midden mogen laten, zoals het heeft gedaan, maar daarover een oordeel moeten geven en bij geconstateerde schending van artikel 7:5 van de Awb een gemotiveerde beslissing moeten geven omtrent de daaraan te verbinden gevolgen. Ook in zoverre is middel IV derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a151cbc2070616fc0eddec252e59acac29cf59f12aaafc6082209c88077b6339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a151cbc2070616fc0eddec252e59acac29cf59f12aaafc6082209c88077b6339, en de alinea staat in dat document op bytes 18845 tot 19535.